Brunello: de duurste sangiovese van Italië, en wanneer je hem beter laat staan
De Wijnkaart, regio voor regio — Brunello
In één zin: Brunello is sangiovese uit één Toscaanse gemeente die vijf jaar moet wachten voor hij in de winkel mag staan, en dat verklaart zowel de prijs als de stugheid.
Wat je denkt te weten
Brunello di Montalcino is de topwijn van Toscane. Duur, dus goed. Als je indruk wilt maken, neem je die.
En omdat hij zo duur is, ga je ervan uit dat hij vanavond ook lekker is.
De regels zijn echt streng
Brunello moet voor honderd procent van sangiovese zijn gemaakt, uit de gemeente Montalcino, ten zuiden van Siena. Hij mag pas vijf jaar na de oogst verkocht worden, waarvan minstens twee jaar op eikenhout. Voor een Riserva is dat zes jaar. Dat is jarenlang geld dat stilstaat, en dat zie je terug op het prijskaartje. Onder de dertig euro kom je hem zelden tegen.
Brunello was in 1980 een van de eerste Italiaanse wijnen met de hoogste status, DOCG. De naam verwijst naar de plaatselijke naam voor sangiovese. Montalcino ligt warmer en droger dan Chianti Classico, en dat geeft de druif hier meer rijpheid en kracht.
Dat het goede wijn kan zijn, klopt ook. Op zijn best is Brunello indrukwekkend: kers, leer, gedroogde kruiden, en een structuur die twintig jaar meegaat.
Duur is niet hetzelfde als nu lekker
Sangiovese heeft veel zuur en stevige tannine. Een jonge Brunello is daardoor vaak gesloten en stug. Je betaalt voor een wijn die er over tien jaar staat, en drinkt hem voor die tijd op.
Er is ook een alternatief. Rosso di Montalcino is dezelfde druif uit dezelfde gemeente, vaak van dezelfde makers, maar hij mag al een jaar na de oogst verkocht worden. Soepeler, fruitiger, meteen toegankelijk. Voor een doordeweekse avond is dat niet de mindere keuze maar de betere.
Brunello onder de vijftien euro bestaat niet
Voor vijftien euro koop je geen Brunello, en iedereen die iets anders beweert verkoopt je iets. Wel binnen bereik: een Rosso di Montalcino zit rond de vijftien tot twintig euro, en een goede Chianti Classico begint rond de twaalf.
Wil je één keer een echte Brunello proberen, zoek dan een jaargang van minstens acht jaar oud. Die heeft de scherpe kantjes eraf en laat zien waar het over gaat.
Wanneer je Brunello níet moet kopen
Niet kopen om vanavond zomaar open te trekken, zeker niet zonder karaf en zonder eten erbij.
Niet kopen als je gasten van zachte, fruitige rode wijn houden. Sangiovese is het tegenovergestelde: hoog zuur, stevige tannine, en droger dan ze verwachten.
En niet kopen als cadeau voor iemand die geen kelder heeft, tenzij je erbij vertelt dat hij mag blijven liggen.
Brunello bij vet en zout
Zestien tot achttien graden, niet warmer. Een uur van tevoren in een karaf, en een groot glas.
Hij vraagt om eten met vet en zout: een dikke biefstuk, een wildragout, oude pecorino. Het zuur snijdt door het vet heen, en de tannine wordt zachter naast eiwit.
Op Wikipedia lees je hoe Brunello van DOC naar DOCG ging, hoe lang Brunello en Riserva verplicht moeten rijpen en waar Rosso di Montalcino in dat verhaal past.
Zo proef je het verschil zelf
Dat tijd iets doet met wijn, weet iedereen. Hoeveel, weet je pas als je het proeft.
Zet een Brunello naast een Rosso di Montalcino van dezelfde maker. Dan proef je in één slok wat die extra jaren wachten met dezelfde druif doen.
Dat is precies wat een wijnproeverij aan huis bij mij is: jij dekt de tafel, ik neem de wijnen en de glazen mee. Een themaproeverij rond één land of streek, blind met het prijsspel, of helemaal op maat. Vanaf €300 per avond tot vier personen, in heel Nederland zonder reiskosten. Met collega’s wordt het een teamuitje met wijnproeverij. Liever thuis, zonder mij erbij? De Eerlijke Proeverij Thuis is dezelfde blinde proeverij als web-app, voor €14,95.
Verder lezen: Chianti Classico gebruikt dezelfde druif voor een derde van het geld. Barolo vraagt net zoveel geduld van je. En de Super Tuscans lieten de Toscaanse regels bewust achter zich.